Hartverhaal

Een ding weet je in het leven zeker.

Van je hart moet je het hebben. In 2001 werd ik geconfronteerd met een ernstige vernauwing van de kransslagaderen met kans op een hartinfarct. In de zomer van 2002 ben ik geopereerd en heb drie omleidingen gekregen. Een ingrijpende ervaring, die ik een half jaar later op papier heb gezet. Dat verhaal is in januari 2003 gepubliceerd in mijn eigen krant en op de website van de krant.

 

Leven met een dieseltje van binnen

DEN HELDER-Verslaggever Durk Geertsma (43) uit Julianadorp onderging in juli onverwachts een hartoperatie nadat geconstateerd was dat twee kransslagaderen dichtgeslibd waren. Hij beschrijft wat zo'n operatie met lichaam en geest doet. Nog één keer zwaaien, een laatste snelle kus, tranen in de ogen en dan schuift de liftdeur op de vierde verdieping van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam dicht. Het afscheid van de kinderen, 10 en 12 jaar, de dag voor de operatie, is een van de zwaarste momenten. Ze gaan mee met familie. Je gaat er vanuit dat je ze vier, vijf dagen later weer zult zien, maar die zekerheid is er niet. Gelukkig mag mijn vrouw, mijn steun en toeverlaat, blijven overnachten.

Ook in het afscheid met andere familieleden en vrienden ligt een diepere intentie, want je weet niet wanneer en hoe je ze terug zult zien. Natuurlijk: er worden dagelijks hartoperaties verricht en gekscherend wordt het wel eens vergeleken met loodgieterwerk ('even een pijpje verleggen').

Maar als er aan je eigen lichaam gesleuteld moet worden, is het andere koek. Je weet dat er gekwalificeerd personeel rondom de operatietafel staat, maar toch. Iedereen maakt wel eens fouten, ook chirurgen. Ze zullen de avond ervoor toch niet te diep in het glaasje hebben gekeken, flitst het enkele keren door je hoofd. Het is tenslotte zomer en mooi weer. De lucht van barbecues dringt bijna door tot in het ziekenhuis. En apparatuur kan falen. Dat is een beangstigende gedachte, want alle functies in het lichaam worden overgenomen. Slangen en slangetjes steken uit alle in- en uitgangen in het lichaam. Het hart wordt stilgelegd en na de ingreep weer op gang gebracht. Die kennis vooraf is nog wel het meest belastend. In feite ben je gedurende een uur of vijf klinisch dood. Slechts in leven gehouden door apparaten. Nog een geluk dat de grote stroomstoringen die Amsterdam vorig jaar hebben getroffen niet op 16 juli plaatsvonden. Een vriendin vindt het eveneens beangstigend omdat voor haar emoties en hart onlosmakelijk met elkaar te maken hebben. Ze heeft gelijk. Mijn operatie heeft de status 'spoed' gekregen, nadat een dotterbehandeling in het AMC, een week daarvoor, mislukte. De troep in de aderen, de plaque, had er te lang gezeten, was hard worden en kon niet meer met een dotterbehandeling open gedrukt worden. Sterker nog: tijdens de behandeling, die ik op de monitor kan volgen, komt er een scheur in het enige nog goede vat, dat het hart van vers bloed moet voorzien. De artsen oordelen dat mijn situatie 'instabiel' is en ik moet in het AMC blijven. Er worden drie omleidingen aangebracht, waarbij getracht wordt andere slagaderen uit de borstkas te gebruiken. Om te kunnen opereren wordt de borstkas over een lengte van bijna dertig centimeter opengemaakt. Dat is erg veel, omdat de chirurg ook een maagslagader wil gebruiken. Normaliter zijn de openingen in de borstkas circa vijftien centimeter. De chirurg wil vanwege mijn jonge leeftijd het liefst alleen slagaderen gebruiken omdat die gemiddeld langer meegaan dan aderen uit de benen.

Weggestopt

 De teleurstelling over het mislukken van het dotteren mengt zich al snel met het onzekere gevoel over een operatie. Een operatie die je gezien je leeftijd eigenlijk niet wilt. Voorzichtige opmerkingen daarover van de eigen cardioloog, maanden eerder, zijn weggestopt in een donker hoekje van het geheugen. Nog maar 43 jaar en dan al een hartoperatie? Echt niet. Dat dotteren moet, hoewel de cardiologen vooraf twijfels hebben, gewoon lukken. Optimisme tegen beter weten in. Een optimisme dat je (onterecht) overbrengt op je kinderen. Mijn zoon komt met vragen over de kans van slagen van de operatie. Als je dan antwoordt dat het bijna altijd goed gaat, werpt hij tegen dat ik die opmerking ook maakte voor aanvang van het dotteren. Hij heeft gelijk, al ben ik de statistische één van de honderd 'gevallen' waarbij dotteren mislukt.

 Het is maar goed dat er een wachttijd van acht dagen is, want dan kun je de teleurstelling verwerken en wennen aan het idee om geopereerd te worden. Wennen om je leven helemaal in handen te geven van medici. En wennen aan de zomerse gezondheidszorg: tekorten aan personeel met als gevolg lege operatiekamers en lege kamers. Elke planning voor de OK wordt begeleid door de opmerking dat 'het uitgesteld kan worden als er spoedgevallen komen'. Dat is niet goed, zeker niet voor hartpatiënten. Je moet je opladen voor de zware ingreep en gelijktijdig rekening houden met uitstel. Tegenstrijdige gevoelens. Maar de waarschuwing is niet voor niks. De eerst geplande datum, maandag 15 juli, komt twee uur voor aanvang te vervallen. Een spoedgeval, uit Den Helder. Het moet niet gekker worden.

 Het zal zeker niet voor overmorgen gebeuren is 's middags de boodschap. Vier uur later komt het bericht dat er de volgende ochtend al plek is. 'Eerst zien, dan geloven' wordt het motto in die dagen. Een motto dat geldt tot en met de kamer, waarin je wordt voorbereid op de operatie. Als ik al helemaal klaar lig om geopereerd te worden, komt er weer uitstel. Er moet onderhandeld worden over de vraag of er voldoende personeel is om mij in de dagen na de ingreep te verplegen. Ik ben te gespannen en te verbaasd om me op te winden. Gelukkig is het een paar minuten later raak en verzink ik in een diepe slaap. Geen herinneringen aan dromen, geen bijna-doodervaringen. Helemaal niks. Mijn vrouw praat me later bij over de tijd na de operatie tot het moment waarop ik wakker word. Het eerste wat ik wil weten, als ik bijkom, is of de chirurgen slagaderen gebruikt hebben. Mijn vrouw geeft een bevestigend antwoord. Wat een opluchting. Gelukkig kan ik mezelf niet zien, verbonden aan allemaal apparatuur. Het beeld van iemand in een televisieserie op de intensive care, roept maanden later nog emoties bij me op.

Spannend

 De periode op de intensive care is door enkele complicaties erg spannend, waarbij de kans bestaat dat er opnieuw geopereerd moet worden. Die spanning zal ik nog nachten daarna in mijn dromen terug zien komen en voelen. Nare dromen, absoluut. Maar gelukkig gaat het herstel voorspoedig.

 Een dag na de operatie 'moet' ik van de verpleging al tien minuten op een stoel zitten. Ze zijn gek geworden, is mijn eerste gedachte, maar het lukt. Ik ben bekaf, maar het is een eerste stapje op weg naar herstel. Het praten met lotgenoten helpt, de dagelijkse bezoeken van mijn vrouw en kinderen, vrienden, familie, collega's en de stapels post en bossen bloemen raken me diep. Het blijkt een voordeel te zijn dat je wat jonger bent en het lichaam sneller herstelt van zo'n ingreep dan bij iemand van 74 jaar. Tien dagen na de operatie mag ik naar huis, het is onvoorstelbaar. Tien kilo lichter en met de groeten van de behandelend chirurg, die me op het hart drukt om het rustig aan te doen. ,,Jouw benzinemotor heb ik vervangen door een dieseltje. Die moet voorgloeien. Daar moet je rekening mee houden. Niet meer van nul naar honderd in tien seconden willen.'' De beeldspraak staat me wel aan.

 De aandacht voor het fysieke herstel blijft groot, maar langzaam maar zeker dringt het besef door dat een hartoperatie ook mentaal een lange periode van herstel vergt. Met het stilleggen van het hart voelt het alsof alle zekerheden in het leven zijn stilgelegd. Die moeten een voor een opnieuw herwonnen worden.

 Ik begin aan een nieuw leven. Naarmate de fysieke mogelijkheden langzaam maar zeker toenemen, wordt de leefwereld groter en daarmee ook het aantal drempels dat je voor je voeten krijgt. Ik probeer die zekerheden terug te krijgen door zoveel mogelijk onzekerheden uit te sluiten. Op tijd vertrekken, zodat je niet te laat komt; 's avonds de spullen voor de volgende dag klaarleggen. Dat deed ik anders nooit.

 En proberen conflicten te vermijden, want daarvoor is de emotionele gesteldheid nog te broos. Niet teveel tegenwind is het credo. Je moet steeds opnieuw je piketpaaltjes verzetten, zonder dat je weet of het in drijfzand of op vaste klei komt te staan. Veel praten helpt, al loop je steeds tegen het feit aan dat de meeste lotgenoten de zestig ruim gepasseerd zijn. Zij zitten in een andere levensfase en hebben andere vragen. Mijn toekomst is definitief veranderd.

Aanpassen

 De levensstijl moet aangepast. Aan roken heb ik me gelukkig nooit bezondigd, want dat is met stip de grootste boosdoener voor het krijgen van hartklachten. Voor mij is het zaak blijvend te letten op gezond eten met weinig vet en zout, voldoende bewegen en rust en 'luisteren' naar het lichaam. En geduld. Met dat eten zaten we al op het goede spoor en het lukt me om dat vol te houden. Er blijft genoeg lekkers over. Bovendien kun je het tegenover jezelf, je geliefden en de mensen die je leven gered hebben, niet maken om er met de pet naar te gooien. Hoe het in de verre toekomst zal gaan: ik weet het niet. Omleidingen van mijn type gaan gemiddeld vijftien jaar mee. Hopelijk is de medische wetenschap tegen die tijd zo ver gevorderd dat het niet opnieuw tot zo'n ingrijpende operatie hoeft te komen. Een keer is meer dan genoeg.

 Na een maand of vier wil ik alleen op stap. Alleen: om aan te geven dat ik weer zelfstandig op reis kan. Ik ga op bezoek bij oude vrienden. Achteraf dringt het besef door dat ik bezig ben met een 'sentimental journey'. Ik moet mijn leven ook in het verleden opnieuw verankeren. Het bezoek aan het graf van mijn ouders, in de plaats waar ik geboren en getogen ben, schaar ik daar eveneens onder.

 Na verloop van tijd komt er ruimte in de geest om aandacht aan anderen te schenken. De eerste maanden is het aanhoren van leed van anderen te veel gevraagd. Nu even niet. De laatste tijd realiseer ik me steeds vaker dat ik geluk heb gehad. Ik ben pijnvrij en met de beperkingen door de operatie valt goed te leven. Bovendien nemen mijn fysieke mogelijkheden alleen maar toe. Het moment dat ik het - geheel onverwacht - aandurf om mijn dochter weer op te tillen, barsten we in tranen uit. Weer een stap verder. De zon breekt door.

 DURK GEERTSMA

 Zaterdag 23 januari 2003. Helderse Courant, Noordhollands Dagblad